Muziektheater

Muziektheater is een vorm van totaaltheater waarin alle vormen van beeldende en muzische kunsten samenkomen. Het is de bedoeling van schrijver-componist Nicolaas Marius om de inwijdingen die hij heeft ondergaan in klank, kleur en vorm ook in het theater beleefbaar te laten zijn voor zowel de spelers, muzikanten, als de toeschouwers. Zo wordt theater weer tot een inwijdingskunst, zoals het onder andere in de Griekse oudheid ook geweest is.

Over de schrijver

Nicolaas Marius volgde de mime vooropleiding in Amsterdam, verschillende kleinkunst theatercursussen, lange eurythmie cursussen en toneel-inwijdingsworkshops bij de Poolse theatergroep Proçovnia uit Olsztyn. Hij speelde in Frankrijk in de reizende muziektheatergroep ‘Fouvray’, en deed mimevoorstellingen in Italië. Als muzikant is hij autodidact, en hij begon als straatmuzikant in Frankrijk, later verzorgde hij eigen optredens in den lande. De inwijding in de sferenharmonie op zijn 30e levensjaar was de basis voor hem om de muziek verder te ontwikkelen. Belangrijk is het voor hem dat hij een bewust contact met het publiek kan opbouwen, waarin begrip en warmte door de muziek kan stromen. Bij veel van zijn liedjes en composities probeert hij het publiek uit te nodigen innerlijk en ook uiterlijk de stemmingen ervan mee te zingen als klankbeelden. Zo ontstaat er een veld van warmte en helderheid die de atmosfeer terplekke kan ordenen en reinigen. De basis van zijn composities vormen de klanken en ritmen van planeten en sterren of sterrenbeelden, uitgewerkt in zijn methoden van astrosofie. Zo kan er terplekke met aarde en kosmos worden samengewerkt door de muziek. Na afloop blijft er dan ook vaker een bepaalde stemming achter die snijdbaar kan zijn.

Over de methode

Naar aanleiding van de inwijding in de klankwerelden, heeft Nicolaas Marius de astrofonie en klankfenomenologie ontwikkeld uit het vierledige mensbeeld, dat wil zeggen toepassing van het inzicht in de vier lichamelijkheden van de mens; zijn geest, ziel, levenskrachten- en fysieke lichaam. Deze hebben elk een afspiegeling in het muzikale; als respectievelijk muzikale motieven, als tonaliteit, in ritmische differentiaties en in maatsoorten. Basis vormen de bewegingen van sterren en planeten langs de dierenriem, en hun uitwerkingen binnen de mens.
De werkingen kan men zich op kunstzinnige wijze inleven. Erin doen biedt mogelijkheden tot de ontwikkeling van een vorm van objektieve kunst.
Nicolaas de Jong heeft deze methode ontwikkeld als voortzettingen van het werk van Goethe, Steiner en Collot ‘d Herbois. Naast de muziekstukken schrijft hij muziektheaterstukken, theoretische verhandelingen over de achtergronden van de methode, en geeft hij scholingskursussen in zang en boetseren waarin de levenswereld in en om de mens kan worden onderzocht, doordat men er de innerlijke waarnemingsorganen voor kan leren ontwikkelen. Dit in de Jaspis-leergangen. Daarnaast ontwikkelt hij muziekinstrumenten die de werkingen van sterren en planeten beleefbaar trachten te maken

LaukaR Unja

De muziektheatergroep LaukaR Unja heeft een ruime tijd gewerkt aan het spel ‘Eens – Ode aan de Uurgeesten van de Dag, aan de Kleuren in de Atmosfeer, aan de Natuurwezens’.

Deze groep is ontstaan uit een wens om muziektheater te ontwikkelen waarbij de innerlijke fysiologie van de mens en de werkingen in de natuur met elkaar kunnen worden verbonden, zodat beide kunnen worden onderzocht. Uitgangspunt vormt een vorm van sterrenwijsheid, de astrosofie, die mogelijkheden biedt tot innerlijk onderzoek door middel van klank; het wordt dan tot astrofonie.
De groep bestaat uit acht leden, die musiceren, acteren en bewegen.
Het repertoire is in opbouw.

Leden:

Marion Groenendal; zang, akteren (de Avond)
Nicolaas de Jong; zang, gitaar, lier
Bastiaan Bohlmeijer, zang
Gerben Schwab/Elbert Slikkerveer; zang, acteren (de Morgen)
Angelique Steensma; zang
Patrick Steensma; beweging, zang
Cisca van der Straaten; beweging, dwarsfluit
Johanna Mariana: beweging, zang

Over project ‘Eens’

’Eens’ is ontstaan uit een gedicht over de samenspraak tussen ochtend en avond die elkaar eens weer zullen ontmoeten in een eeuwige dag. Dit is vervolgens verder uitgewerkt:
Beide leiden elkaar vervolgens door de verschillende uren van dag en nacht heen en proberen elkaar te zoeken.
Het tweede deel begint met een zielsmatige strijd tussenbeide die de kleuren van de regenboog doorloopt, waarbij ze elkaar wederzijds aantrekken en ook weer afstoten.
Het derde deel voert door de elementrijken van de aarde waarin ze elkaar trachten terug te vinden, en de elementalen, de natuurgeesten die daarin werkzaam zijn.
Zo ontstaat een oproep aan de toehoorder om door waarneming door de zintuigen heen weer de licht- en donkerzijde van zijn of haar ziel in zich te kunnen verenen, net als de ochtend en de avond.

Achtergronden van de composities vormen de astrofonische uitwerkingen die de kosmische werkingen van sterren en planeten vanuit hun verbinding in de mens benaderen. Ook de (dubbele) uren van de dag hangen samen met specifieke kosmisch-menselijke muzikale werkingen. Dit om een zo groot mogelijke objectiviteit te willen benaderen; de methode is die van objectieve kunst (zie voor astrofonie en objectieve kunst de boekenlijst achterin).

De stemmingen van de uren van de dag worden improviserend gezongen door de groepsleden, en ook het publiek wordt uitgenodigd hieraan zingend-beeldvormend mee te doen.

Refrein(avond):

“Eens” zei de avond tot de morgen
“zal ik weer bij je komen,
zal ik weer bij je zijn
als de dagen zijn vervlogen
en het licht van onze ogen aan de hemel
zich verenigen mag
tot een innerlijk schijnende glans
als van een eeuwige dag.”